vrijdag, november 20, 2009

Gelul in de ruimte

Aan boord van de space shuttle Oblivious was het een drukte van belang. Net als gisteren stonden er natuurwetenschappelijke experimenten op het programma.
'Aan het werk, mannen!' riep Scott, de blonde gezagvoerder joviaal.
Dat lieten de andere astronauten zich geen twee keer zeggen. Monter maakten Dave, Roger en Steve zich gereed. Zelfs de eeuwig kauwgom kauwende Rick leek niet te kunnen wachten. Dolletjes! Wat zou er vandaag voor hen in het vat zitten?

Ze hadden er eerlijk om geloot. Het was Rogers beurt om de opdracht te onthullen. Maar eerst moest de aarde natuurlijk toestemming geven.
'Houston, do we have a green light?'
'Roger.'
'Yep, it's me.'
'Roger, Roger.'
De bemanning grinnikte in koor. Wat was het toch heerlijk om astronaut te zijn! In welk ander beroep gingen heldenmoed en humor zo samen als in de ruimte?
Dankbaar zochten de mannen oogcontact met elkaar. Ja, ze deden hun plicht voor hun land. De kameraadschap was slechts een bonus. Was het gezichtsbedrog of vloog er een traan door de helm van de gezagvoerder? Hij schraapte de keel.
'Oké dames, genoeg geleuterd. We zijn op een missie, laten we dat vooral niet vergeten. Dit ruimtevaartuig zweeft hier in een baan om de aarde omdat tientallen miljoenen brave burgers daar beneden genoeg belasting betalen. Het is voor hen dat wij hier tal van nuttige experimenten uitvoeren.'
'Noem er eens één,' zei Rick kauwend.
Dave, Roger en Steven keken ieder even een andere kant uit. Daar had je hem weer! Al tijdens de training was Ricks cynisme de mannen een doorn in het oog geweest. Gelukkig liet Scott weer eens zien waarom hij en niemand anders tot commandant uitverkoren was. Hij verwees fijntjes naar de keer dat Rick een kater had overgehouden aan het onderzoek naar alcoholgebruik in luchtledige toestand. Nog uren had diens braaksel als grauwe tennisballen loom door het ruimteschip gestuiterd.
'Au,' kauwde Rick en sloeg zijn ogen betekenisvol neer.
Scott tilde zijn kin op, wat nauwelijks opviel met een helm op, maar dat gaf niet, want het gaat om het gebaar. 'Goed dan, nu al onze neuzen weer dezelfde kant opwijzen... Roger, wat is onze opdracht?'
Roger leek te bevriezen. 'Dit gaan jullie niet geloven,' zei hij.
'Wat, wat?!' riepen de andere astronauten ongeduldig.
Roger slikte. 'Er staat hier dat we onze vinger op ons hoofd moeten zetten en dat we dan drie keer heel hard oelk moeten roepen.'
Dave rolde met zijn ogen, maar Scott, de gezagvoerder, tilde de armen op. 'Orders zijn orders, jongens. Let's do it.'

Zo gezegd, zo gedaan. De dappere astronauten plaatsten een vinger op hun helm en riepen drie keer oelk, heel hard. Na afloop haalde Rick de schouders op. Niet dat je daar iets van zag in een ruimtepak, maar daar gaat het niet om. 'Nuttig,' kauwde hij, 'werkelijk heel nuttig.'
Op dat moment wierp Steve een blik uit het zijraampje. 'Eh guys?' stamelde hij, 'dit moeten jullie echt even zien.'


zondag, november 15, 2009

Ontslagbrief


Geachte heer Beëlzebub,

Het spijt ons dat we het dermate cru moeten stellen, maar het is tot onze genoegdoening dat we ons genoodzaakt zien uw dienstverband per direct te beëindigen.

Het is slechts aan het feit te danken dat u tweeduizend jaar op onze loonlijst heeft gestaan dat we bereid zijn uitleg te verstrekken.

Welnu, u bent overcompleet.

Met andere woorden, u bent van nul en generlei waarde meer voor onze organisatie. De vraag is of u het ooit bent geweest, want u blijkt al die tijd een sinister spel te hebben gespeeld met uw imaginaire tweelingbroer.

Wij waren zo goedgelovig om erin te stinken. Wij stervelingen hebben nu eenmaal de neiging om in zwartwit-termen te denken. Dat helpt ons om de chaos enigszins te ordenen. Geboorte, dood. Hoer, heilige. Goed, kwaad. U heeft daar misbruik van gemaakt, op zo'n manier dat de term 'gewetenloos' tekort schiet. Al die tijd ging het u om niets anders dan uw eigen hachje.

Tweeduizend jaar geleden mag het misschien een goed idee zijn geweest om een vacature door een ééneiïge tweeling te laten invullen. Inmiddels zijn we wijzer, we kunnen op DNA testen.

Wat blijkt? U en uw zogenaamde tweelingbroer zijn één en dezelfde persoon. Tweeduizend jaar lang heeft u ten onrechte een dubbel salaris geïncasseerd. Uiteraard kunt u daarover een separaat schrijven van onze advocaat tegemoet zien, zodat we het inzake aardse kwesties wellicht in der minne kunnen schikken. Universeel gezien echter staat u voor eeuwig bij ons in het krijt.

Wij wensen u een onaangenaam verblijf in uw eigen hel.

Met de meeste minachting,

J. de Vries, manager P&O, Omnium GV*


*Galactische Vennootschap

vrijdag, november 13, 2009

Een doordeweekse sessie


'U hier?!'

'Is dat zo vreemd?'

'Dat lijkt me wel, ja, u bent immers de almacht zelve.'

'De almacht zelve? Laat me niet lachen! Ik besta slechts omdat de mensen willen dat ik besta.'

'Is dat waarom u bij me aanklopt?'

'U bent psychiater, ik zou niet weten waar ik anders zou moeten zijn.'

'Nou, gaat u maar liggen dan. Zegt u eens, wat scheelt eraan?'

'Zoals ik net al zei, ik besta eigenlijk niet echt. Ik ben verzonnen om een antwoord te verschaffen op alle vragen waarop geen antwoord bestaat.'

'Pardon?'

'De mens is nietig en kwetsbaar. De dood ligt constant op de loer. Om de angst te temmen, ben ik in het leven geroepen. Het slaapt een stuk rustiger met mij in de buurt.'

'Zoiets als een elektrische deken.'

'Inderdaad, ik lig als een warme laag over de werkelijkheid heen. Wat er ook gebeurt, het heeft een bedoeling, want ik heb het zo gewild.'

'Da's toch heerlijk?'

'Welnee.'

'Wat is het dan?'

'Even onwezenlijk als eenzaam.'

'Vertel.'

'Ik word gegijzeld door een paar miljard angsthazen. Ze zetten me een mes op de keel, want wat ze zich ook in het hoofd halen, het is aan mij om het zin te geven. Die zin is er niet, laat dat duidelijk zijn. Ik ben een doekje voor het bloeden en een wondermiddel ineen. Met mij verdwijnt alle rede. Vandaar dat er doorlopend oorlogen worden gevoerd, terwijl de strijdende partijen mijn naam op hun lippen hebben.'

'Maar wat kan ik in Gods, sorry, in vredesnaam voor u doen?'

'Ik wil liefde.'

'Maar die krijgt u al! Dagelijks gedenken miljarden mensen u in hun gebeden, in kerken wereldwijd worden dagelijks miljoenen kaarsen voor u aangestoken!'

'Dat is geen liefde, dat is vrees. Niemand houdt van mij, niet echt.'

'En al die tempels en kathedralen dan die gebouwd zijn om u te eren?'

'Chantage, ik kan er geen ander woord voor verzinnen.'

'U bent wel erg cynisch. Weet u wat, ik schrijf u gewoon wat seroxat voor. Daar knapt u vast van op. Volgende!'



Geschreven in het kader van de novemberopdracht van het Fantasierijk.

woensdag, november 11, 2009

Ook uw mening telt!


Ze zeggen dat ik gek ben. Of ik niets beters te doen heb, vragen ze.
Toevallig niet, nee. Ik zal het u nog sterker vertellen: dit is het enige wat me nog rest.

Een wanhoopsdaad? Ach, geldt dat niet ook voor de beklimming van de hoogste berg ter wereld? Iedere recordpoging zou je zo kunnen zien. Wist u dat het wereldrecord kakkerlakken eten op 36 staat? Let wel, binnen een minuut. In dat licht bezien zou je de hele mensheid als een wanhoopsdaad kunnen beschouwen. Wat stellen we nou helemaal voor, op dat speldenprikje in een eindeloos heelal?

Een heldendaad. Dat wel. Er zullen maar weinigen zijn die het pad in durven te slaan dat ik ga bewandelen en nog minder die het lef hebben er publiekelijk van te getuigen. Daarbij doe ik het nog voor een goed doel ook. En niet het minste. Van de ervaring en de wijsheid die ik opdoe kan iedereen die de Nederlandse taal machtig is profiteren.

Aan de voorbereiding zal het niet liggen. Mijn conditie is op peil en de reflexen gescherpt. Aan manuscripten heb ik inmiddels een meter boekenkast volgeschreven. Vingeroefeningen, zo blijkt nu, voor wat me te wachten staat. Het zoeken blijkt maar weer eens de weg.

Zo. Ik heb de vingers gestrekt, in de koelkast ligt koud bier en ik heb REM opstaan. Gaan met die banaan!

Rara, wat ga ik doen?

Ik...
A. houd een vinger op mijn hoofd en roep heel hard 'oelk, oelk!';
B. ga achteruitlopend van hier naar de hoek van de straat, maar dan wel met mijn schoenen verkeerd om aan;
C: verplaats me langs telepatische weg helemaal naar de keuken en pak een biertje;
D: ga het celibaat in;
E: ga, slechts gebruik makend van anderhalve vinger, een blogje schrijven over het maken van keuzes.

F: Een combinatie van A, B, C, D en E;
G: Geen mening, die zou toch in dit stukje staan?
H: Anders, namelijk...

Goede oplossingen worden beloond met een collector's item. Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd (tenzij u uitermate langbenig bent).

dinsdag, oktober 20, 2009

'Sorry dames, het jachtseizoen is voorbij!'


September 1987. Ik sta op de top van Alpe d'Huez en hoest mijn longen over het asfalt terwijl mijn voorhoofd telkens onzacht in aanraking komt met het fietsstuur. Ik ben te kapot om voorlopig ook maar iets aan mijn lichaamshouding te veranderen. Zestien minuten heb ik er langer over gedaan dan Erik Breukink, maar toch. Ik had de bus bijna kunnen bijhouden!

Na ik weet niet hoe lang is het tijd voor het traditionele sjekkie. Het inhaleren doet zeer en mijn longen zijn het er duidelijk niet mee eens dat ik rook. What the heck? Ik ben er een kei in om me doof te houden voor wat er werkelijk aan de hand is.

Ik begin het koud te krijgen. Al te lang kan ik hier niet meer blijven. Na het feest van de afdaling is het nog ruim ruim honderd kilometer naar huis over heuvelachtig terrein. Alhoewel, huis? Ik leef in een hotelkamer.

Als ik straks, wanneer het donker zal zijn, volkomen uitgepierd bij het hotel aankom, is de kans groot dat Jean-Pierre, de receptionist van dienst, me grijnzend mijn post overhandigt: briefjes met spannende voorstellen van Anne, Natalie en Nataly, maar als ik pech heb echtscheidingspapieren die ondertekend moeten worden.

In gedachten schreeuw ik het uit en hoor de echo van haar naam van alle kanten uit de bergen terug als straf. In het echt durf ik niet. Wat zou men wel niet van me denken? Alsof de omstanders zouden snappen dat ik het mooiste cadeau dat ik ooit van het leven kreeg, verspeeld heb.

Het sjekkie trap ik half opgerookt uit, ik prop wat bosbessentaartjes naar binnen en drink mijn bidon half leeg. Mijn longen luisteren inmiddels weer een beetje naar me. Ik span ze tot het uiterste, een paar keer, tot ik ze weer helemaal in het gareel heb. Mijn polsslag is ook aardig tot bedaren gekomen, voel ik. We kunnen weer. Ik wil hier niet blijven staan en beseffen dat ik drie vrouwen tegelijk nodig heb om de pijn over die ene te verzachten. Wat Anne, Natalie en Nathaly ook doen, het zal nooit genoeg zijn. Ik ga met ze kappen ook. Het leven is lijden? Kom maar op dan, desnoods als monnik, het kan nooit zwaarder zijn dan de Alpe d'Huez op fietsen in 55 minuten. Met ware doodsverachting stort ik me naar beneden.


Ep Meijer 2009

vrijdag, oktober 16, 2009

Schrijf eens een boek!


Wel eens van Michelangelo gehoord? Nee, niet de nieuwste parfum voor mannen van Cacharel, maar een beroemde kunstenaar van lang, lang voor GTST. Hij beweerde dat de standbeelden die hij maakte, er al lang waren. Ze sluimerden in het marmer. Het is aan de beeldhouwer om ze te bevrijden.

Zo is het ook met boeken. Ze zijn er al, je hoeft ze alleen maar op te schrijven. Meer dan een doorgeefluik is een schrijver eigenlijk niet.

Maar...

Michelangelo zei er niet bij hoe zwaar het is, hoe je, ondanks het brute geweld dat er bij te pas komt, heel behoedzaam moet zijn met je instrumenten. Hij zei er evenmin bij dat het jaren van je leven kan kosten en vergat ook te vermelden hoeveel moed ervoor nodig is om de beitel te hanteren. Het materiaal is namelijk zo weerbarstig dat iedere houw een gevecht is, letterlijk, met het marmer, maar vooral figuurlijk, in het hoofd van de kunstenaar. Wat als je te hard slaat?

Er zijn veel mensen op Hyves die denken dat ze een boek moeten schrijven, aangemoedigd door vrienden zonder enige kennis van zaken, vrienden die eigenlijk alleen maar op hun beurt aardig en geweldig gevonden willen worden. Ze gaan hun gang maar. Ze mogen zich gerust ook 'auteur' noemen zodra ze hun boek in eigen beheer uitgegeven hebben. Ik hoop zelfs voor ze dat ze meer dan de 23 exemplaren verkopen die ik van mijn in eigen beheer uitgebrachte boek verkocht heb, ondanks een live-optreden bij Sjors Fröhlich in Cappuccino op Radio 2.

Een boek schrijven is als de Sahara in wandelen. Naakt, zonder water. Je weet dat er geen weg terug is, je moet verder, wat er ook gebeurt, welke eisen de dagelijkse werkelijkheid ook aan je stelt. Het boek dat geschreven moet worden, is sterker dan honger, dorst of armoede, het overstijgt alles. Intussen verkeert de schrijver in een roes. Iedere vezel in zijn lichaam smeekt niet alleen om water, eten en schaduw, maar vooral om meer van het boek. Want als hij schrijft, voelt hij de honger, de dorst en de hitte niet meer. Dat komt pas als hij zijn pen even neerlegt, omdat hij, na het uren te hebben uitgesteld, toch echt naar de wc moet. Dat is niet het enige dat hij moet. Slapen, dat is ook een noodzaak. Maar naarmate het boek vordert, brengt hij steeds minder uren op het matras door. Hoe anders ooit uit de woestijn te komen?

Onlangs gebeurde het me opnieuw, na een postnatale depressie die maanden heeft geduurd. Ik stuitte op een brok marmer en zag het standbeeld meteen al haarscherp voor me. Even snel besefte ik wat voor een gevecht me wachtte, want het marmer in kwestie was gevaarlijk broos. Alles wat ik aan vakkennis bezit, zal ik nodig hebben om er een geheel van te maken. Maar ik heb diep ademgehaald en ben de Sahara ingewandeld, ook al weet ik dat me ditmaal pas echt de hel wacht.

Over een tijdje in de boekhandel: 'De verboden woorden.' Het gaat over de liefde.

maandag, oktober 05, 2009

De kille stilte van het gemis


'We moeten een teleporteermachine uitvinden,' verzucht ik. 'Net als in Star Trek. Beam me up, Sietse!'
Mijn oudste zoon haalt de schouders op. 'Dat zou miljoenen kosten. Dat kunnen we nooit betalen.'

Als gedachtestreepjes vegen blaadjes over het perron. De toch al lange tweewekelijkse reis duurt vandaag wegens werkzaamheden aan het spoor extra lang. Tussen Eindhoven en Weert zijn bussen ingezet. Nog wacht ons de laatste etappe. Net, in de bus, hebben we erg gelachen. Om de zittingen die los zaten, om zo ongeveer alles van de aftandse stadsbus waarmee de NS ons bedacht had, inclusief de chauffeur die de hele rit lang met steeds weer een nieuwe sigaret uit het zijraampje hing. Maar nu is de herfst ingetreden. Wachten, we staan alweer te wachten.

'Ik wou dat we al thuis waren,' klaagt mijn jongste zoon. Hij ziet er moe uit. Natuurlijk heb ik hem en zijn broer weer veel te laat naar bed laten gaan. Het is ook zo gezellig om ze over de vloer te hebben.
'Als de trein er is, duurt het nog maar tien minuten,' stel ik Bart gerust.

We staan alledrie naar de stoeptegels op het perron te staren, merk ik. Een eenzaam grassprietje trotseert de grijze woestenij alom. Ik krijg slechts één mondhoek iets opgetild. Tien minuten verdorie. Dan moet ik mijn mannetjes weer inleveren en ga ik terug de stilte in. Ik kijk omhoog. Onderweg is het alleen maar grijzer geworden. Nu is de zon helemaal verdwenen. Straks gaat het nog regenen ook. Wat ben ik voor een vader die zijn kinderen dit aandoet?

'Ik baal hier ook van, jongens,' beken ik, 'liever zou ik veel dichter bij jullie in de buurt wonen. Maar ja, ik heb nu eenmaal die baan.'
'Wij hebben ook parkeergarages in de buurt, hoor!' roepen Sietse en Bart bijna in koor. Ik ga door de knieën en trek ze tegen me aan.

We zien de trein aan komen, van de verkeerde kant en met een baard van opwaaiende blaadjes. Ik leg uit dat dit treinstel nu pendelt tussen Weert en Maastricht. Even breekt gesteggel uit over de vraag wie er mag kiezen of we boven of onder gaan zitten. Mijn zoons vinden beiden dat ze aan de beurt zijn. Ik schud het hoofd. Boven, onder, wat doet het ertoe? Die koleretrein betekent afscheid nemen. Krijsend komt het gevaarte tot stilstand.

Vlak voor we instappen, trekt Bart me nog snel aan mijn jas en gunt me een blik diep in zijn blauwe poppenogen.
'Je kunt toch ook met ons meegaan?' stelt hij voor. 'Je mag bij mij onder in het stapelbed.'
Ik bijt zo hard op mijn lip dat het zeer doet.